990-91141C-022

Vereisten voor een batterijoplossing van derden

Batterijschakelaarpanelen van Schneider Electric worden aangeraden voor de batterij-interface. Neem contact op met Schneider Electric voor meer informatie.

Vereisten voor batterijschakelaars van derden

GEVAAR
Gevaar voor elektrische schok, ontploffing of vlambogen
Alle geselecteerde batterijschakelaars moeten zijn uitgerust met een directe afschakeling middels een spoel voor onderspanning of een spoel voor shuntactivering.
Wanneer deze instructies niet worden gevolgd, kan dit leiden tot ernstig of dodelijk letsel.
OPMERKING: Er zijn meer factoren dan de onderstaande vereisten waarmee u rekening moet houden wanneer u een batterijschakelaar kiest. Neem contact op met Schneider Electric voor meer informatie.

Ontwerpvereisten voor batterijschakelaar

Nominale DC-spanning van batterijschakelaar > Normale batterijspanning De normale spanning van de batterijconfiguratie wordt gedefinieerd als de hoogste nominale batterijspanning die optreedt. Dit kan equivalent zijn aan de laadspanning die kan worden gedefinieerd als het aantal batterijblokken x aantal cellen x cellaadspanning.
Nominale DC-stroom van batterijschakelaar > Normale ontlaadstroom van batterij Deze stroom wordt geregeld door de UPS en moet de maximale ontlaadstroom aankunnen. Dit is meestal de stroom aan het einde van de ontlading (minimale DC-bedrijfsstroom of in overbelastingstoestand of een combinatie).
DC-aansluitingen Er zijn twee DC-aansluitingen voor DC-kabels vereist.
Hulpschakelaars voor bewaking Eén hulpschakelaar moet in elke batterijschakelaar worden geïnstalleerd en op de UPS worden aangesloten. De UPS kan maximaal twee batterijschakelaars bewaken.
Kortsluitvermogen Het kortsluitvermogen moet hoger zijn dan de DC-kortsluitstroom van de (grootste) batterijconfiguratie.
Minimale automatische uitschakelstroom De minimale kortsluitstroom om de batterijschakelaar te trippen moet overeenkomen met de (kleinste) batterijconfiguratie, om de schakelaar te laten trippen in geval van kortsluiting, tot het einde van zijn levensduur.

Richtlijn voor het organiseren van batterijkabels

OPMERKING: Voor batterijen van derden is het raadzaam om alleen hoogwaardige batterijen voor UPS-toepassingen te gebruiken.
OPMERKING: Wanneer de batterijbank los wordt geplaatst, is het belangrijk de kabels goed te ordenen om spanningsverlies en inductiviteit te verlagen. De afstand tussen de batterijbank en de UPS mag niet groter zijn dan 200 m. Neem contact op met Schneider Electric voor installaties met een langere afstand.
OPMERKING: Het wordt sterk aanbevolen om de onderstaande richtlijnen in acht te nemen en om geaarde metalen gootsteunen te gebruiken teneinde het risico op elektromagnetische straling te minimaliseren.
Kabellengte
< 30 m Niet aanbevolen Acceptabel Aanbevolen Aanbevolen
31–75 m Niet aanbevolen Niet aanbevolen Acceptabel Aanbevolen
76–150 m Niet aanbevolen Niet aanbevolen Acceptabel Aanbevolen
151–200 m Niet aanbevolen Niet aanbevolen Niet aanbevolen Aanbevolen
QR code for this page

Was dit nuttig?