Cyberbeveiligingsprincipes
Wachtwoorden
-
Een wachtwoord moet hoofdletters, kleine letters, cijfers en speciale tekens bevatten.
-
Het wachtwoord moet uit minimaal 10 tekens bestaan.
-
Het wachtwoord mag niet makkelijk te vinden zijn in het woordenboek en een zin heeft de voorkeur.
-
Het wachtwoord moet regelmatig worden gewijzigd, ten minste eenmaal per jaar.
-
Een standaard Admin-wachtwoord moet direct worden gewijzigd wanneer het voor het eerst wordt ontvangen en na een reset naar fabrieksinstellingen.
-
Gebruik nooit wachtwoorden opnieuw.
-
Na een eerste login wijzigt u uw standaardwachtwoord voor lokale toegang.
Netwerk
-
IoT-apparaten mogen alleen worden aangesloten in uw intern thuisnetwerk.
-
IoT-apparaten mogen niet direct toegankelijk worden gemaakt via het internet. Zorg ervoor dat u GEEN gebruikmaakt van port forwarding om toegang te krijgen tot een IoT-apparaat via het openbare internet.
-
Een IoT-apparaat moet zich op een eigen netwerksegment bevinden. Als uw router een VLAN of een andere vorm van netwerksegmentatie ondersteunt, moet het IoT-apparaat zich daar bevinden.
-
Gebruik de sterkste Wi-Fi®-encryptie die beschikbaar is.
Software
-
Gebruik altijd de nieuwste software voor alle apparaten om nieuwe functies, cyberbeveiligingsoplossingen en verbeteringen te krijgen.
-
Houd uw apparaten up-to-date.